• Aranka Pieters

Semois, c'est moi. Maar anders.

6 augustus 2019… een datum die ik niet snel zal vergeten. Net 2 weken zalige vakantie achter de rug. Eerst met de uitgebreide familie en kindjes een week naar zee, gevolgd door nog een paar dagen kamperen in de Ardennen aan de Semois tijdens een hittegolf. Heerlijk! Het was me gelukt de werkknop af te zetten. Dat was broodnodig, want ik had een paar stevige jaren achter de rug. Maar die knop moest die dag terug aan.


In de voormiddag waren we onze dochter naar haar eerste kamp gaan brengen en in de namiddag zou ik mijn mailbox uitkuisen om de dag erna er terug volledig in te vliegen. Na een drietal uurtjes mails en intranet lezen zakte de moed me in mijn schoenen. Wat had ik nu eigenlijk allemaal gelezen? Waar ging dat allemaal over? Stel dat een medewerker mij morgen een vraag stelt… ik ga daar niet op kunnen antwoorden. Mijn hoofd kon niet meer processen wat er stond. Ik zag het grotere geheel niet meer. Ik wist niet meer wat ik of we aan het doen waren. Beetje bij beetje voelde ik de paniek toeslaan. En daar waren de tranen. Ik zocht troost bij mijn zus, die dezelfde job had. Ik weet nog dat ik stuurde: “ik voel mij zo onbekwaam”. Dat woord: onbekwaam. Het vatte het perfect samen.


Hoe meer ik erover praatte met haar en daarna met mijn partners die thuis waren gekomen voor het avondeten, hoe dieper ik weg zakte. Ik ben 1,80 m groot, maar daar bleef nog 1,80 cm van over. Ik voelde me niets meer waard, nutteloos, good for nothing. Ik ben mee in bed gaan liggen toen we gingen slapen, maar kon de slaap niet vatten. Uiteindelijk ben ik in het logeerbed gaan liggen toen iedereen sliep. Tranen met tuiten, de hele nacht. Ik denk dat ik die dag en nacht in totaal 10u aan een stuk geweend heb. Van levensvreugde bleef er niks meer over, het liefst van al was ik in rook opgegaan. Ik zou zelf geen actie ondernomen hebben, maar het zou zoveel makkelijker geweest zijn voor iedereen als ik er niet meer was, of als ik er nooit was geweest. Ik ben een slechte partner, slechte moeder, slechte dochter, slechte leidinggevende, slechte medewerker, slechte vriend, slechte mens. Voor mezelf hoefde ik er niet meer te zijn. De gedachte dat ik mijn kinderen zonder moeder zou achterlaten, wanneer ik in rook zou opgaan, was net angstaanjagend genoeg. Ze zijn nog zo klein. Misschien is een slechte moeder beter dan geen moeder.


Ik denk dat ik om half 4 in slaap ben gevallen. Rond half 7 was ik al terug wakker. Geradbraakt, zowel mentaal als fysiek. Hoewel ik de voorbije maanden al meer van die instortingen had gehad, voelde deze anders aan. Ik had geen lichamelijke ziekte, maar mijn hoofd had mijn lichaam kapot gedaan. Weet je hoe een hysterische huilbui bij groot verdriet fysiek pijn doet? In de streek van de borstkas. Je hapt naar adem en voelt een drukkende pijn in je ribben, ter hoogte van je hart. Dat had toch ongeveer een uur geduurd, net voor ik in slaap gevallen was. En hoewel ik dacht geen druppel meer in me te hebben, waren de tranen er snel terug. Eten ging niet, koffie en sigaretten waren de voorbije maanden al mijn toevlucht geweest en dat was nu niet anders. “Is het nu eindelijk tijd om naar de dokter te gaan?” vroeg mijn lief, die heel de voormiddag bij me gezeten had. “Ik denk dat het tijd is om naar de dokter te gaan”, zei ik.


Ik discussieerde nog met de dokter. “We zullen beginnen met 4 weken”, zei ze. “Nee nee, onmogelijk. 4 dagen moet genoeg zijn, en het weekend. Maandag ga ik terug aan de slag”. Ze glimlachte en gaf mij een doktersattest voor 4 weken. “Dan heb je dat al mee. Laat het de komende dagen even bezinken, en dan kan je maandag nog zien wat je doet”. 4 weken later stond ik er terug voor een verlenging.


Het is nu een klein jaar later. Same time, same place, different story. Ik zit opnieuw met mijn gezin in de Ardennen, zelfde dorp. Aan de oever van de Semois, bij heerlijk weer. Contemplating past year.



Ik ben geen nieuw mens, maar wel Aranka 2.0. Ik was geen slechte partner, moeder, dochter, leidinggevende, medewerker, vriend of mens, maar ik ben het voorbije jaar wel zo veel beter geworden. Mijn burnout was (zoals bij velen) een samenloop van omstandigheden geweest. Een heel moeilijke professionele context die meer dan 3 jaar heeft aangesleept, een nieuwe privé situatie (daar heb ik het in een volgende blog nog wel eens over :-)) en vooral mijn eigen dynamieken en patronen. Ik ben intelligent, loyaal, een doorzetter, zorgzaam, analytisch sterk en een winnaar. Maar bovenal mensgericht, met op dat moment een verkeerd beeld van wat zelfzorg nu echt is. Je kan pas echt voor anderen zorgen, als je in de eerste plaats voor jezelf zorgt. De metafoor van het zuurstofmasker op het vliegtuig is helemaal correct: eerst zelf opzetten, dan pas bij je kinderen en anderen.


Ik heb mij het voorbije jaar serieus verdiept in eigenaarschap en alles dat daarmee te maken heeft. Ik ben geen slachtoffer meer van mijn omgeving. Het is mijn leven, ik ben de schepper.


Ik had een half jaar nodig om echt te herstellen, dat ging in golven. Maar achteraf gezien is het me duidelijk waar het echte keerpunt lag, ergens begin januari. Ik heb ondertussen een aantal verbindende gesprekken met mijn leidinggevenden gehad, tot de CEO toe, en we hebben in onderling overleg afscheid genomen. Ik ben hen zeer dankbaar voor de manier waarop we mijn contract hebben kunnen beëindigen en het begrip dat daarbij getoond werd. Ik hoop dat onze wegen ooit terug kunnen kruisen, zij het in andere rollen.


De opstart van mijn zelfstandige activiteit het afgelopen kwartaal was ook niet zonder slag of stoot. Een ander soort crisis. Maar nu weet ik dat ik altijd keuzes en mogelijkheden heb, en dat ik met mijn menselijke eigenschappen van creativiteit, inbeeldingsvermogen en flexibiliteit altijd een streepje voor heb op de omgeving. Door te veel focus op de context was ik dat, en mezelf, vergeten.


Het is een groot geschenk geweest. De kracht van crisis. Ik ben nog nooit zo duidelijk mezelf geweest, sterktes en valkuilen inclusief. Ik ben me nu meer dan ooit bewust van die laatste. En de eerste.


Een jaar later, aan de Semois, c’est moi. Maar anders. En beter.

92 views0 comments

Recent Posts

See All